Chaos – de allegorie van Plato

Dit project chaos, is gemaakt naar aanleiding van de opdracht bij het vak tekenen. In eerste instantie zijn wij begonnen met de automatische tekening, waarbij het de bedoeling was dat wij niet zouden nadenken bij het tekenen, maar gewoon zouden gaan beginnen. Het resultaat hiervan is te zien op de eerste twee afbeeldingen.

Automatische tekening 1
Automatische tekening 2

Vervolgens mochten wij dus een werk maken dat gekoppeld zou zijn aan het thema ‘chaos’. Ik heb er toen voor gekozen om het begrip chaos vanuit Grieks mythologische context te bekijken. Vandaar de onderstaande twee tekeningen.
Op de linker afbeelding is Uranus, de god van de Hemel, te zien en op de rechter afbeelding Gaea, de god van de aarde. Chaos is het begin van de Griekse mythologie, maar wat is dan het tegenovergestelde van begin? precies het einde. En wat betekent voor ons het einde en waarin is dat hetzelfde als voor de Grieken? Inderdaad een hiernamaals, god, of andere plek.
In ieder geval zullen wij niet meer in dezelfde vorm voortbestaan als de huidige vorm, omdat wij anders niet zouden overlijden. We kunnen dan niet meer waarnemen dus wordt het lichaam dat zou blijven voortbestaan disfunctioneel. daarom zal het lichaam zoals het in de huidige staat is, vervallen.

God Uranus (hemel)
God Gaea (aarde)

Deze overgang tussen aarde en hemel deed mij denken aan het principe van de allegorie van de grot van Plato. Wij zitten als mensen in een grot vol tweedehands waarnemingen, percepties, meningen gevangen. Deze worden als schaduwen op de muur van onze waarneming geprojecteerd vanuit eerstehands waarnemingen, percepties e.d.. Maar we hebben niet door dat dit tweedehands meningen zijn doordat wij nog niet kennis hebben kunnen maken met wat er buiten die grot plaatsvind. ‘De echte wereld’.
Het betreft echter een enkelzijdige stroom. Vanuit de grot kun je wel naar de buitenwereld keren en kortdurend verblind raken, waarna je de wereld ziet zoals die is. Maar je zult niet meer kunnen terugkeren naar de grot.

Dit verhaal wilde ik graag beeldend kunnen vertellen. Hieronder is een schilderij te zien van de grot. En daarop volgt het schilderij waarop de aarde te zien is volgens mijn interpretatie op de Allegorie.

De grot van de allegorie van Plato, met Uranus links en Gaea rechts.
De aarde van de Allegorie van Plato, met links Uranus en rechts Gaea.

Ik heb naar aanleiding van deze schilderijen en de afbeeldingen die gemaakt zijn door anderen bij de allegorie van Plato nog een volgende stap gezet richting het tot verbeelding laten spreken van het verhaal.

Zo heb ik op een plexiglas-glasplaat een vergelijkbare compositie getekend, waarbij door de toeschouwer met licht op de plaat kan worden geschenen met bijvoorbeeld de zaklamp functie van de telefoon in een donkere ruimte.

De tekeningen op de plexiglas plaat zijn door mij getekend zonder naar het vel papier te kijken. Zo teken ik dus wat ik zie en wat mijn interpretatie/perceptie is over de werkelijkheid/het figuur dat ik als referentie gebruikt heb. Een ander persoon zal het figuur dat ik als referentie gebruikt heb weer geheel ander interpreteren en dus ook anders tekenen. Maar door mijn figuur in de ruimte te zien schijnen wordt deze door mij voorgeschotelde werkelijkheid door hen ook voor waarheid aangenomen. De toeschouwer wordt dus onderdeel van de grot die Plato beschrijft in zijn Allegorie.

Walter, Nils en Mirthe worden onderdeel van mijn installatie door de ruimte te betreden waar de installatie is opgebouwd.
Ondertussen schijnt Lilly met de zaklamp van haar telefoon op de plexiglas plaat om de tekeningen in de ruimte tot leven te laten komen

Video van hoe de installatie hangt en het effect van een zaklamp van een telefoon op de plexiglas plaat.